De dierenopvangcentra zijn het hitteplan van wilde dieren geworden. Dat is absurd.

De dierenopvangcentra zijn het hitteplan van wilde dieren geworden. Dat is absurd.

Opinie

Begin juli 2026. We zijn al toe aan de tweede hittegolf van het jaar. Na de dodelijke hitte van eind juni met 1.747 doden in België en een onbekend aantal slachtoffers onder de dieren, slaan we bijna een zucht van verlichting. ‘Oef, het wordt maar rond de 30 graden’. Dat alleen al toont hoe snel we extreme situaties relativeren wanneer ze vaker voorkomen.

egel (foto: pexels.com)

Maar een hittegolf valt niet te relativeren. Niet voor ons en niet voor wilde dieren.

Sommige mensen vinden nog een uitweg naar een tuin met bomen of airco. Wie die uitweg niet heeft, voelt hoe snel een leefomgeving vijandig wordt.

Wilde dieren hebben geen uitweg.

Tijdens een hittegolf kan een nestkast in een oven veranderen. Voor een jonge vogel die nog niet kan vliegen, blijven er dan vaak maar twee opties over: blijven zitten en sterven, of springen. Met het risico te pletter te vallen, gewond te raken of prooi te worden voor de buurkat.

Een egel, merel of huismus draait geen kraan open. Een dier dat voedsel, water of schaduw zoekt in een uitgedroogd en gebetonneerd landschap kan niet even naar binnen vluchten tot het ergste voorbij is.

De dierenopvangcentra (VOC’s) zien meteen wat die kwetsbaarheid teweegbrengt. Tijdens de voorbije hittegolf werden opvallend meer wilde dieren in nood binnengebracht. In verschillende VOC’s steeg het aantal opgevangen dieren in juni met 15 tot 24%. Eén VOC zag zelfs bijna 300% meer gierzwaluwen binnenkomen. In een ander VOC steeg het aantal nestjongen buiten het nest, verzwakte dieren en slachtoffers van extreem weer met 404%.

Als wilde dieren tijdens een hittegolf massaal in de problemen komen, faalt de leefomgeving die hen moet beschermen. Ze biedt te weinig beschutting. Te weinig voedsel. Te weinig water. Te weinig verkoeling.

De VOC’s vangen die klappen op. Dat werk is onmisbaar. Maar zorg achteraf vervangt geen beleid vooraf. Je kan niet blijven redden aan het einde van de keten, terwijl Vlaanderen de oorzaken van dit probleem ongemoeid laat. Zo stijgt de druk op de opvangcentra nog verder, terwijl ze al met een tekort aan middelen kampen.

Net daarom is deze hitte ook een stresstest voor ons beleid.

Natuurherstel is geen luxe. Het is publieke basiszorg. Zoals wegen, waterleidingen, ziekenhuizen en scholen onze samenleving draaiende houden, zo houdt natuur onze leefomgeving leefbaar. Natuur koelt, houdt water vast, voedt bodems, biedt voedsel en beschutting en verbindt leefgebieden. Ze beschermt mens en dier tegen hitte, droogte en extreem weer.

Net nu werkt Vlaanderen aan een natuurherstelplan. Dat plan moet tonen hoe we de achteruitgang van onze natuur ombuigen naar herstel.

Natuurorganisaties en de strategische adviesraden waarschuwden al dat het ontwerp urgentie mist. Maar wat adviezen blijkbaar moeilijk in beweging krijgen, maken deze hittegolven pijnlijk duidelijk: Vlaanderen heeft geen plan nodig dat blijft hangen in bestaand beleid. Vlaanderen heeft een natuurherstelplan nodig dat de achteruitgang van soorten en leefgebieden echt keert.
Daarbij mogen we wilde dieren niet zien als dieren die enkel in natuurgebieden leven. Heel wat soorten leven tussen ons: in dorpen, steden, tuinen, bermen, akkers, parken en nestkasten. Precies daar wordt het tijdens hitte vaak onleefbaar. Een natuurherstelplan dat hen vergeet, heeft ook het landschap waarin we zélf leven niet in beeld.

Daarom moet helder zijn welke maatregelen Vlaanderen neemt, waar die op het terrein landen en hoe we ze financieren. Zonder middelen blijft natuurherstel een belofte op papier. Zonder versnelling verandert er niets voor wilde dieren. En ook niet voor iedereen die zijn dag nu om de hitte heen moet plannen om zonder kleerscheuren de week door te komen.

We zagen dit gebrek aan ambitie al eerder. Bij stikstof. Bij waterkwaliteit. Bij de druk op open ruimte. Jarenlang uitstel lijkt handig, tot het systeem zich muurvast rijdt. Dan klinkt plots het verwijt dat regels vergunningen onmogelijk maken.

Maar niet natuurherstel zet Vlaanderen op slot. Het jarenlange uitstel van natuurherstel doet dat.

Tijdens de eerste hittegolf zagen we hoe mensen voor elkaar en voor de wilde dieren zorgden. Ook nu zullen mensen opnieuw water klaarzetten, schaduw zoeken en kwetsbare buren helpen. In de dierenopvangcentra zullen vrijwilligers opnieuw redden wat nog te redden valt.

Maar dat mag geen zomertraditie worden.

Natuurherstel is geen dossier om door te schuiven naar later. Het is bescherming die we nu nodig hebben. Wie de natuur op de laatste plaats zet, zet de leefbaarheid van dier én mens op het spel.

Dit opiniestuk werd geschreven door Bram Renmans (VOC-coördinator) en Krien Hansen (inhoudelijk coördinator) en verscheen op donderdag 9 juli in De Standaard.

Over de auteur

Vogelbescherming Vlaanderen VZW

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 7 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 0 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.

Geen cookies gevonden

Tracking 1 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden